Skål lustrumsymposium in kader van Limburg Charter:

DE KANSEN VOOR ÉÉN LIMBURGSE TOERISTISCHE ONTWIKKELING

Op 1 april om 14.30 uur viert Skål International Limburg op Kasteel Doenrade haar 60-jarig bestaan met een symposium met als thema ‘Het Limburg Charter: De kansen voor één Limburgse Toeristische Ontwikkeling’. Politici, ondernemers en wetenschappers uit zowel Oost- als West Limburg en een vertegenwoordiger van de Europese Commissie delen hun visie en ervaring over deze grensoverschrijdende samenwerking op toeristisch gebied met vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven uit beide Limburgen.

Skål International verenigt 540 Skål-clubs met in totaal 30.000 professionals in het werkveld van toerisme in zo’n 80 landen. Zestig jaar geleden werd Skål international Limburg opgericht met leden uit Nederlands- en Belgisch Limburg. “Ter gelegenheid van dit jubileum wordt dit lustrumsymposium georganiseerd. Gegeven het recent tot stand gekomen Limburg Charter en de doelstelling van Skål is gekozen om de toeristische ontwikkeling van één Limburg als thema te kiezen”, verklaart President Peter Helleman van Skål International Limburg.

Gedeputeerde Sylvain Sleypen van Belgisch Limburg en een vertegenwoordiger van de provincie Nederlands Limburg openen het symposium, waarna verder Internationaal Directeur Charles van Goch van Horecaprojectburo Mise en Place ingaat op de verschillen van ondernemen in één Limburg, Directeur Militza Kuipers van Dagtoerisme Limburg op de ervaringen met grensoverschrijdende samenwerking en directeur-generaal Ingrid Lieten van de Vlaamse openbaarvervoersorganisatie De Lijn op het grensoverschrijdend vervoersplan Spartacus. Prof. Raf Sluismans verbonden aan de universiteiten van Hasselt en Maastricht en tevens Voorzitter van de Raad van Bestuur van Different Hotels behandelt de grensoverschrijdende ambities. Pricipal Administrator Toerisme Mathieu Hoeberighs van de Europese Commissie laat zijn licht schijnen op duurzame ontwikkelingen in grensoverschrijdend perspectief. Het symposium en de daaropvolgende paneldiscussie wordt geleid door moderator Louk Hustinx. Aan het eind van het symposium wordt de Skål Limburg Toerisme Award 2009 uitgereikt aan het Struyskommitee “voor het organiseren van meer dan 25 edities van het Preuvenemint in Maastricht, een culinair grensoverschrijdend evenement dat zijn weerga niet kent.”

De declaratie van Doenrade 2009


Het SKǺL Limburg Charter 2009 en het Toerisme

Bij het 60-jarig jubileum in 2009 werd er een jubileumcongres gehouden om de grote lijnen uit te zetten waarvoor Skål International Limburg zich voor wil en kan inzetten. In deze optiek biedt Skål International Limburg aan om zijn tientallen all-Limburgs toerisme-experts, op vraag, in te zetten voor de profilering en promotie van de beide Limburgen als één bestemmingsgebied, ook op het vlak van de HoReCa, samengevat als de “declaratie van Kasteel Doenrade”!

In dit algemeen Limburg Charter is er sprake van gezamenlijke productontwikkeling, vermarkting, samenwerkingprogramma’s, uitbouw van de transportinfrastructuur (voor toerisme en recreatie vnl. personenvervoer), ….
Naar aanleiding van het gehouden congres werkte het bestuur volgende hoofdlijnen uit met als doel vanuit de toeristische bedrijfswereld een concrete aanzet geven door de (verdere) ontwikkeling van o.m.:

* Een “loket” voor toeristische ondernemers oprichten. Dit om toeristische ondernemers tegemoet te komen in de wirwar van benodigde vergunningen, ontheffingen, enz…Dus: een vast aanspreekpunt, voor toeristische ondernemers die grensoverschrijdend willen werken.

 * Oprichting van een steuncel voor “incoming touroperating” die Limburg willen promoten. Dit met medewerking van o.m. de regionale luchthavens van Maastricht-Aachen Airport (Beek), Liège Airport (Bierset), Eindhoven Airport, Airport Weeze (in het verleden Flughafen Niederrhein, ten noorden van Venlo, net over de grens bij het Noord-Limburgse Bergen), Mönchengladbach Airport (Flughafen Düsseldorf-Mönchengladbach), en zelfs de internationale luchthaven Düsseldorf International

 * In plaats van enkel bijkomende organisaties op te richten bij de ontwikkeling van nieuwe toeristische initiatieven, zou het interessanter zijn deze toe te bedelen aan bestaande organisaties die reeds slagkracht bewezen zoals: IVOS op volkskundig gebied, ASG-Centrum voor Culinair Erfgoed op gastronomisch vlak (met o.m. opleiding culinair expert), IVN Consulentschap Limburg op vlak van de natuur, Dagtoerisme Limburg voor pret- en attractieparken, Skål Limburg als een overlegplatform voor ondernemers,… Natuurlijk dient men dan een duidelijke opdracht mee te geven (resultaatsverbintenis) en de financiële middelen te verstrekken. Eet zwak punt hierbij is dat een geen uitvoerige inventaris bestaat van alle grensoverschrijdende organisaties en lopende projecten met hun werking en mogelijkheden.

* In bovenstaand kader dient men de MHHAL – steden (Maastricht Hasselt Heerlen Aken Luik) te reactiveren, maar in een breder kader en met meer participanten (Genk, Venlo, Tongeren, Sittard…), werkend met meerdere thema’s, bv. kunsthistorische musea, musea rond “eten en drinken”, …. En vertrekkend vanuit het speerpunt Maastricht waarbij Limburg = “the Maastricht region”.

In het verlengde hiervan denk men ook aan gezamenlijke speerpuntacties als bv. Maastricht Culturele Hoofdstad van Europa 2018 te ondersteunen in de optiek dat “de top” dient gedragen te worden door tal van acties in de omliggende locaties.

* De provinciebesturen zouden de bestaande ontwikkelde structuren een permanent helpende hand dienen uit te steken. Zonder financiële hulp van hen lukt het zeker niet de kleine toeristische ondernemers om hun kwaliteit te verhogen. Ideaal zou zijn dat beide provincies één toeristisch budget zouden vaststellen voor gezamenlijke promotieacties en de ondersteuning van de sector.

* Erfgoedsites en cultureel erfgoed wordt soms verspreid aangetroffen en/of geïsoleerd aan de bezoeker gepresenteerd. Daarbij kan het aanbod op zich onvoldoende toeristische "wervingskracht" bezitten en/of zijn ze moeilijk toegankelijk (private eigendommen). De toeristische aantrekkelijkheid van het bestaande product kan worden verbeterd door dit bijvoorbeeld geclusterd (bijvoorbeeld rond Brusselse Art Nouveau erfgoed) aan de klant aan te bieden, waarbij de éne cultuur- of erfgoedlocatie uitnodigend en wervend gaat werken voor de anderen die er worden aan gelinkt en vooral door de inbedding van de clusters in het ganse toeristische (overnachtings-) aanbod: erfgoedlogies. Hierbij dient men erfgoed zeer breed te interpreteren, incl. hoevetoerisme, kasteelhotels, overnachtingen in een hostellerie met traditie, … Om dat te bereiken moet vanuit de bestaande ontwikkelingsstructuren (vzw Marketing Erfgoedlogies Limburg en De Stichting Erfgoed Logies in Nederland) verder gezocht worden naar alternatieve bestemming voor de diverse monumenten en landbouwexploitaties die leegstaan of te kampen hebben met achterstallig onderhoud, … Dit met behoud van de authenticiteit van de site

* Daar men, zowel aan de Nederlandse zijde als de Belgische kant, ziet dat bij landelijke acties als monumentendag, week van de smaak, de lokaal Limburgse acties overspoeld worden door een overaanbod van buiten Limburg, eventueel te opteren voor eigen acties of op zijn minst de Limburgse acties duidelijk te accentueren.

* Naar de bevolking toe: stimuleren van grensoverschrijdend toerisme door o.m. TV-programma’s als eertijds “Liever Limburg”, door een Limburgse bijlage aan de kranten; maar dan wel dezelfde in beide Limburgen!

* Nog meer werken rond gezamenlijke thema’s op diverse gebieden (musea; auto-, wandel- en fietsroutes; natuurprojecten…). Hierbij kan men denken aan bv.

Het mijnverleden, van Rolduc tot Beringen
De Duitse ridderordes: van Alden Biesen tot Biesenhof
Handel en wandel van de Teuten uit “De bank van Pelt”
De smaakmakers van Limburg – van bedrijf tot museum
De zevenjaarlijkse heiligdomsvaarten met o.m.: Aken (en haar zeven statiën), Aldeneik / Maaseik, Hasselt (Virga Jessefeesten), Maastricht (Heiligdomsvaart), Sint-Truiden (Sint-Trudo), Susteren (Heiligdomsvaart), Tongeren (Kroningsfeesten),…

* Verder bouwen op het succes van het fietsroutenetwerk door de ontwikkeling van grensoverschrijdende “themakringen” (incl. auto-, wandel- en fietsroutes); bv.:

Romeinse weg van Tienen naar Aken
Romaanse route
Karolingische route
Vlaaien route
Knapkoek route
Kruiden route
Bier route,
Kastelen route, ….

* De attractiefactoren (zowel op cultureel als op ontspanningsvlak) uitbouwen in het kader van een masterplan: lokaal belang (kinderboerderij, sportvelden, …) regionaal belang en interregionaal belang.

* De Maas en haar bijrivieren moeten niet aanzien worden als natuurlijke grenzen, maar als een bloedsomloop in een fluviatieve toeristische infrastructuur. Dit gekoppeld aan een gezamenlijk Maasplassen – Grensmaasgebied uitbouw.

* Het sneltram “Spartacus plan” met zijn grensoverschrijdende verbindingen mag geen alleenstaande “point to point” verwezenlijking zijn, maar dienen gezien te worden ook als een middel om toeristen naar bestaande grensoverschrijdende wandel- en fietsroutes te brengen.

Comments